Doormekaar Voormekaar - Nieuwsbrief Doormekaar Voormekaar - Uit de Oude DoosDoormekaar Voormekaar - Reacties
09 - Bergingswerkzaamheden Martin Mariner in de Patipibaai - Jos van de Konijnenberg.”

Opstijgen Martin Mariner

Verslag betreffende de bergingswerkzaamheden van het wrak van de Martin Mariner PBM-VP 302 in de Patipibaai

25 dec. 1959 t/m 1 Jan 1960.

Op 20 dec. Was met dreggen door de beide motorsloepen van Hr Ms. Amsterdam stevig torn verkregen van een op de zeebodem liggend voorwerp, tevens werden lucht- en oliebellen waargenomen. Door rondstomen en weer inhalen van 400 meter stalen meertros werd gepoogd het voorwerp te strikken en boven water te halen. Inderdaad kwamen enkele wrakstukken in de strik naar boven, waarmede zekerheid werd verkregen  dat de positie van het verongelukte vliegtuig gelokaliseerd was. Op deze positie werd een boei geworpen, terwijl geografisch de plaats hiervan werd vastgelegd, ongeveer een mijl west voor de ingang van de Salakitibaai. Toen Hr. Ms. Amsterdam vergezeld door Hr. Ms. Wanbrau en de drijvende kraan Kangaroe op Vrijdag 25 dec. V.M. weder ter plaatse arriveerde, was de boei nog aanwezig. De weersgesteldheid liet duiken vanaf de Hr. Ms. Wanbrau op die dag niet toe, de wind was N.W. 4 er stond een lange deining uit dezelfde richting met een golfhoogte van ongeveer 1 meter waardoor zowel de Hr. Ms. Wanbrau als drijvende kraan hevig slingerden. Voor beide vaartuigen werd een veilige ligplaats in de Salakitibaai gevonden. Aldaar werd alles in gereedheid gebracht voor de duikwerkzaamheden welke de volgende dag vanaf de Hr. Ms. Amsterdam zouden plaats vinden. Hr. Ms. Amsterdam ging die nacht in de onmiddellijke nabijheid van het wrak ten anker.

Zaterdag 26 december.

Deze dag liet het weer zich iets beter aanzien. De wind was West kracht 3. De deining was eveneens iets afgenomen en had een golfhoogte van een halve meter. Met hulp van de Hr. Ms. Wanbrau werd Hr.Ms. Amsterdam recht boven de vermoedelijke plaats van het wrak gemanoeuvreerd  en door een worp van 2 kleine werpankers van de Hr. Ms. Wanbrau  met het achterschip verankerd. Nadat Hr.Ms. Wanbrau de haaienkooi aan de Hr. Ms. Amsterdam had afgegeven werd ten 10.30 aangevangen met duiken vanaf laatstgenoemde schip. Tussen 10.30 en 13.15 werden door Ltz 2 H. van Hulsen 3 afdalingen met de aqualong gemaakt. Het bleek door de sterke stroom ( 1.5- 2 mijl) zeer moeilijk om de haaienkooi  langs de dreglijn omlaag te krijgen. Bovendien  was de waterdiepte van 40 meter te groot om met de aqualong voor enige duur te kunnen werken. Hoewel de zeebodem werd bereikt, werden geen wrakstukken waargenomen. Ten 14.45 werd opnieuw een poging gewaagd, deze maal m.b.v. het standaardpak. Thans werd de dreglijn gevolgd tot aan de dreg, doch geen wrakstukken gezien. Het zicht beneden was maximaal 3 meter en de stroom dermate sterk dat de duiker dat de duiker slechts met moeite de haaienkooi weer kon bereiken. Nu bleek dat de boei niet die plaats van het wrak meer aangaf, werd onmiddellijk weer aangevangen met dreggen. Na ongeveer een uur dreggen werd op 50 meter afstand van de boei torn verkregen van het wrak. Voor verdere duikwerkzaamheden  was het toen te laat geworden. Besloten werd in den vervolge alleen met stil tij te duiken, hetgeen impliceerde dat slechts 2 maal per dag gedurende een korte periode gewerkt zou kunnen worden. Ten gevolge van het kenteren van het tij begon het worp te krabben en moest worden binnen gehaald. De inmiddels defect geraakte H.D. luchtcompressor voor het duikbedrijf a/b van de Hr. Ms. Wanbrau werd door de Hr. Ms. Amsterdam gerepareerd. Het bleek bovendien dat de druk in de meegebrachte luchtflessen aanzienlijk was teruggelopen.

Zondag 27 december.

Met behulp van de Hr. Ms. Wanbrau werd het schip wederom boven het wrak gebracht en met een worp verankerd. Vanaf 08.30 werden drie afdalingen per standaardpak verricht. Vele verspreide wrakstukken werden waargenomen waarvan enkele mede naar boven genomen werden. Wederom werd veel last van sterke stroom en zwaaien van Hr. Ms. Amsterdam ondervonden. De voorspellingen van stil water was ten gevolge van het gebrek  aan betrouwbare getijgsgevens van de Patipibaai vrijwel onmogelijk. Eerst uit ervaring werd hierin in de loop der dagen enig inzicht verkregen, hoewel nog steeds in onvoldoende mate. Naarmate de datum van springtij naderde, werd de stroom steeds sterker, stiltij steeds korter, en daarmede het zicht op de bodem tengevolge van zwevende modder steeds minder. Na de 3 afdaling op deze dag brak de afdaallijn waardoor de juiste positie van het wrak wederom werd verloren. Onmiddellijk werd weer aangevangen met dreggen. Op 3 plaatsen werd torn verkregen, alle 3 de punten werden gemarkeerd. Bij een snelle verkenningsduik per aqualong door Ltz van Hulsen en KWMR Timmermans langs een der dreglijnen werd een vleugelstuk verkend. De reduceers van beide aqualongen weigerden echter op een gegeven moment, zodat beide duikers snel naar de oppervlakte gehaald moesten worden. Dit betekende tevens het laatste gebruik van de aqualong gedurende de gehele verdere operatie en beeindigde de duikwerkzaamheden voor die dag. Het worp van Hr. Ms. Amsterdam had inmiddels wederom niet gehouden en werd weer binnengehaald. De H.D. Compressor aan boord van de Hr. Ms. Wanbrau was weerom defect geraakt, terwijl ook de telefooninstallatie van de standaard duikpakken niet meer werkte. Aangezien ook de luchtvoorraad in de flessen sterk gedaald was, werd besloten de volgende dag met behulp van de dieselcompressor van de Hr. Ms. Amsterdam te duiken. Daartoe werd alle duikmateriaal overgeladen naar de Hr. Ms. Amsterdam. Hr. Ms. Wanbrau werd toen bestemd de volgende dag in Kokas de vliegtuighijsstelling en een drijver op te halen.

Maandag 28 december.

Wederom werd een worp achteruit uitgebracht. Aangezien de hulp van de van de Hr. Ms. Wanbrau moest worden ontbeerd, gelukte dit eerst met stiltij. Tengevolge daarvan kon eerst s’middags met duiken worden aangevangen. Bij de eerste duik werd het staartstuk geindentificeerd, bij de tweede duik werd vastgemaakt; welke bevestiging echter , door het plotseling fel doorstaan van het tij en het krabben van het worp , waardoor de Hr.Ms. Amsterdam plotseling zwaaide weer verloren ging. De inmiddels weer ter plaatse gearriveerde Hr. Ms. Wanbrau kon in de onstane situatie geen verbetering brengen. Zodat besloten werd het worp maar weer binnen te halen. Dit bleek thans echter niet mogelijk, het gekatte worp zat zodanig vast in de grond dat het met geen mogelijkheid via het achterschip binnen was te krijgen. Derhalve werd het geworpen, teneinde het de volgende ochtend met het ankerspil thuis te helpen. De luchtvoorziening  voor de duikers had deze dag bevredigend gewerkt. Echter werd nog steeds het grote nadeel gevoeld dat slechts met een duiker tegelijk gewerkt kon worden.

Dinsdag 29 december.

De toestand van de zee  had zich inmiddels dusdanig ten gunste gewijzigd dat in de vervolge van de Hr. Ms. Wanbrau gedoken zou kunnen worden. Dit had het voordeel dat dit kleine schip met 4 ankers gemakkelijker boven het wrak te houden zou zijn. Hiervoor waren de ankers van het werp van Hr. Ms Amsterdam weer benodigd. Met het thuishalen van het worp werden echter moeilijkheden ondervonden, doordat, ondanks de lange boeilijn , de boei was ondergestroomd en hiernaar gedregd moest worden.. Tengevolge hiervan was het niet mogelijk de Hr. Ms. Wanbrau voor het eerste stiltij van die dag boven het wrak verankerd te hebben. Vervolgens bleek de door L 9608 uit Sorong meegebrachte H.D. luchtcompressors niet bruikbaar. Er was nog slechts een kleine hoeveelheid H.D. lucht in de flessen aan boord van de Hr. Ms. Wanbrau aanwezig, zodat Hr. Ms. Amsterdam onmiddellijk naar Sorong stoomde om 20 nieuwe flessen op te halen. Op de A.M. werd met de resterende luchtvoorraad 4 maal met standaard pak gedoken. Ten gevolge van de sterke stroom en het slechte zicht kon geen duidelijk inzicht  in de aard en ligging van de waargenomen wrakstukken worden verkregen.

 Woensdag 30 december.

klaar om te duikenduiker in kooi

Op de voormiddag werd er onder goede weersomstandigheden met de laatste luchtvoorraad 3 maal gedoken. Wederom belemmerden de sterke stroom en slecht zicht het onderzoek, zodat weinig vorderingen gemaakt werden. Een stalen tros werd op een wrakstuk bevestigd. Op de A.M. arriveerde Hr. Ms. Amsterdam met een verse voorraad H.D. luchtflessen uit Sorong en kon ten 17.45 opnieuw gedoken worden. Daarbij bleek dat de op de voormiddag bevestigde stalen tros op onvoldoende wijze bevestigd was om het wrakstuk te lichten. Verder voortgang in het onderzoek kon niet plaats vinden door het bijzonder slecht zicht op 40 meter diepte als gevolg van de lage zonnestand.

Donderdag 31 december.

Ten 12.00 uur werd onder de meest gunstige omstandigheden (windkracht 1, zee kabbelend, hemel onbewolkt) drie maal gedoken. Thans werd een beter inzicht in de situatie verkregen. Het bleek dat de romp van het toestel achter de vleugels was afgebroken. Het staartstuk zag er ogenschijnlijk vrij gaaf uit, stabilo en staartvlak aan bakboord waren afgebroken. Tevens werd van de gunstige gelegenheid gebruik gemaakt om de Hr. Ms. Wanbrau recht boven dit staartstuk te verankeren en een stalen afdaalreep te bevestigen. De stroom was inmiddels weer dusdanig toegenomen dat van pogingen om een hijsreep te bevestigen moest worden afgezien. Ook de poging ten 18.00 mislukte. Daarbij weigerde tijdelijk de reduceer van de luchttoevoer van de duiker, (KWMR Timmerman) waardoor deze van zijn noodvoorraad gebruik moest maken en snel naar boven kwam. Ten 20.00 werd bij volslagen duisternis opnieuw gedoken teneinde te pogen op de tast de hijsreep te bevestigen. Inderdaad gelukte het de hijsreep  bij de ogen van het “gear” te brengen, doch geen van meegenomen bevestigingsharpen bleek te passen. Gedurende de nacht werden aan boord van Hr. Ms Amsterdam de vereiste herstel werkzaamheden verricht en gepoogd andere oogbouten te maken.

Vrijdag 1 Januari 1960.

achterdeel in de takelsstaartstuk

De weersomstandigheden waren op deze dag nog gunstiger zodat reeds bij de eerste duik de hijsreep kon worden bevestigd op de ogen van het”gear”’ Nadat de kangaroekraan uit de Salakitibaai was opgehaald werd ten 13.00 het staartstuk van de Mariner aan de oppervlakte gehaald. Na bevestiging van een tweede hijsreep om de romp van het staartstuk, werd gepoogd het wrakstuk op de bok te leggen. Daarbij braken echter een hijsreep en de ogen van het “gear” af zodat het wrakstuk weer in de diepte verdween. Daarbij kwam het stoffelijk overschot van Kpl. A. Th. G van Baalen boven drijven. De L 9608 verzorgde de berging, identificatie en kisting van dit stoffelijk overschot. Het wrakstuk bleekte liggen in een bocht van een uitstaande manillatros en na voorzichtig inhalen hiervan kon het weer tot aan de opervlakte worden gebracht. En naar ondiep water versleept. Na opnieuw vastmaken en uiterst voorzichtig werk lag het bijna negen meter lange staartstuk ten 17.00 aan dek van de kangeroe lichter. Na overzetten van dit wrakstuk op de L 9608 en van de kist met het stoffelijk overschot naar Hr. Ms. Amsterdam, kon ten 21.00 de Patipibaai worden verlaten.

Slotopmerking.

Als gevolg van de primitieve middelen waarmede  gewerkt moest worden werd een zware wissel getrokken op de leden van het duikbedrijf. Niettemin werd door hen  met een bewonderenswaardige vasthoudendheid doorgezet en is ook aan deze mensen te danken dat enig resultaat werd geboekt. Met name moeten worden vermeld:

Ltz 2 J.H. van Hulsen-duikofficier
Sgtmachinist J.A. Stam Amsterdam duiker- seinmeester
Kwmr M.J.H. Timmerman Hr. Ms Piet Hein duiker

Kwmr T. Bosveld  Wanbrau-duiker

Ten slotte verdient het werk van de gezagvoerder van de Hr. Ms. Wanbrau, de Schipper D. Vermaas speciale vermelding. Gedurende de gehele operatie is hij constant op zeer efficiente wijze in touw geweest en heeft zich een voorbeeld getoond in plichtbetrachting en bekwaamheid. Ook werden er door de Commandant der zeemacht in Nederlands Nieuw Guinea SBN G.J. Platerink tevredenheidsbetuigingen toegekend aan de duikers Timmerman en Bosveld voor hun plichtsbetrachting en tomeloze inzet onder voor hun onbekende omstandigheden en het bergen van het stoffelijk overschot.

Voormalig marinier Jos van de Konijnenberg

Martin Mariner achterdeel boven water